Decorum.
Je hebt pas verloren als je blijft liggen.
Ik heb van thuis niet zo bijster veel meegekregen.
Ergens is dat ook wel prima. Het zorgt ervoor dat je je zelf van alles aan moet leren. En je blijft er oorspronkelijk door.
Toch komt ze af en toe langs. Mijn moeder.
“Wat de mensen vinden, moeten ze bij de politie brengen”.
Best een mooie. En dan had ze er altijd nog één.
“Je moet maar zo denken: hier ben ik. En morgen komt mijn koffer!”
Ik moest er aan denken omdat 2025 volgens de statistieken niet mijn beste (lees: meest productieve) jaar ooit was. En daar heb ik die data natuurlijk niet per sé voor nodig. Al maanden heb ik een van de meest gijzelende writer blocks ever. Geen idee waar ik over moet schrijven.
Nou ja, dat is natuurlijk niet helemaal waar.
Ik vind nog steeds van alles.
Ik deel het alleen niet meer.
En ook niet meer waar ik mee bezig ben.
Zo ging er 2 weken geleden nog ‘n campagne live, die behoorlijk wat losmaakte. Puik stukje werk, hoor. Verrassend, uiterst professioneel uitgevoerd. Met ‘n behoorlijke spin-off. Kan je mee aankomen. Maar ja: totaal geen behoefte om er stoer mee te gaan lopen doen.
Komt dat door de dynamiek op Linkedin? Door al dat ge-verkoop? Door de 85% van alle updates die inmiddels door AI geschreven is? Waardoor alle jus verloren gaat? Het algoritme waar iedereen zo over zeurt? Of doordat er gewoon niet zoveel meer aan is?
Ja.
Maar als ik heel eerlijk ben, komt het veel meer door mezelf.
Los van die statistieken namelijk, was 2025 sowieso niet mijn beste jaar ooit. In a way wel natuurlijk, als je het over leerzaam hebt. Maar: leerzaam hoeft niet altijd even leuk, glorieus, happydepappy en succesvol te zijn.
Het onder mijn neus en onder m’n eigen handen wegglijden en desastreus mislukken van ‘n bedrijf waar ik ziel en zaligheid in stopte en 25 jaar van m’n leven, was geen feest. Dat gaf ‘n behoorlijke knauw aan mijn zelfvertrouwen. Maar: genoeg over gezegd (of daar is ‘t juist de tijd nog niet voor).
Dan overleed mijn voormalige beste vriend ook nog eens. Ook geen sinecure. Zeker niet gezien de complexe situatie, deels ook wel wat gelijkenissen en onze getormenteerde verhouding. Dan kan je er wel ‘n stukkie over schrijven (dat recht had-ie:). Maar daarmee ‘geef je ‘t nog geen plekje’ - zoals dat dan heet. Zeker omdat de tand des tijds inmiddels ook al een beetje aan mij begint te knagen. En ik nog wel van plan was ‘t een en ander te doen en te brengen hier (nee, niet alleen op LinkedIn). Dan ga je je toch wel even op je achterhoofd krabben.
Het gevolg?
Twijfel. Onmacht. Onzekerheid. Een tergend gebrek aan zelfvertrouwen. Nagelbijtende (over)spanning. Duizelingwekkend diepe afgronden waarin ik af en toe keek. Wegduiken. Me klein en onbetekenend maken. Bang voor wat iedereen (wel) (niet) vind. En een hart dat zelfs ging protesteren.
Het was slechts 8 tellen rust. Nou ja, ‘n paar keer achter elkaar dan.
Maar ik geloof toch dat ik nog niet knock-out ben.
Dus. Hier. Komt. Mijn. Koffer.
-.-
Hij viel binnen in de kroeg, en vloog me om de hals.
Mijn middelste zoon.
Ik had hem (letterlijk) niet van links zien aankomen. Dus ik was verbaasd. Misschien niet eens dat-ie opeens om mijn nek hing. We hadden immers een afspraak. Om zijn verjaardag nog te vieren met het traditionele gebak. In een Rotterdamse kroeg. Zoals het al 3, 5, 7, of 12 jaar (daar wil ik van af zijn) gaat.
Nee, mijn verbazing was zijn emotie. Zijn sturm und drang. Zijn liefdevolle omhelzing.
Ik kan er niet goed tegen als mensen van me houden. Of hun liefde aan me laten zien. Nee, zelfs niet bij mijn eigen kinderen. Ik vind het allemaal maar lastig, en moeilijk te geloven. Maar: dat is mijn probleem (over het algemeen - I know). Working on it, geloof me. Kei- en keihard.
Terug naar mijn zoon. Die uiteraard ook een naam heeft: Julian.
We hebben, due to circumstances, een wat gecompliceerde verhouding. Althans: in aardse en praktische zin. De manier waarop-ie me om de hals vloog, zegt iets anders. En terwijl ik dit schrijf, voel ik tranen. Van geluk.
Hij droeg een fluwelen colbertje. Blauw.
Een colbertje. Hij is 12, hé?
Daar had-ie dus over nagedacht. En dat herken ik. Ik droeg namelijk - geheel in tegenstelling tot mijn gemoedstoestand van dit moment - toevallig óók een colbertje. Bruin. En ‘toevallig’ ook fluweel.
Dat was - om eerlijk te zijn - een lucky shot.
Ja, natuurlijk wilde ik er een beetje fashionable uitzien, voor mijn zoon. Zo vaak zie ik ‘m niet. En papa’s hebben natuurlijk nog wel iets van decorum.
Maar eerlijk gezegd had ik dat jasje die ochtend ook maar per ongeluk - bewust onbewust waarschijnlijk - van het hangertje gegritst.
Want de laatste maanden droeg ik alleen maar hoodies. Half versleten truien, t-shirtjes of makkelijke vestjes-achtige-dingen. Van die kledingstukken die je ’s ochtends snel aanschiet en makkelijk uit het rek pakt - van die items waar je niet over hoeft na te denken. Een vale oude spijkerbroek erbij en dan in je opengeritste ongepoetste bontlaarzen stappen. En die ritsen dan vooral niet dichtdoen. Bukken is veel te veel moeite, joh. Dan nog: dit wordt toch weer een binnen-dag. Buiten is het gevaarlijk, eng, bedreigend en benauwend - dus er staan toch geen afspraken in de agenda. Al maanden niet, trouwens. Nadat er een boobytrap in mijn gezicht ontplofte op 16 mei, zag ik na een jaar 25 uur per dag alles geven (én al maanden tegen een burnout schurken), de boel imploderen. Ik stond erbij en keek ernaar. En dat staan, dat duurde ook niet lang. Ik ging op een gegeven moment maar liggen. Er was niks meer. Nakko. Nada. Nul. Ik was niks meer. Nakko. Nada. Nul. Zelfs geen Plan B (voor mezelf dan), realiseerde ik me tot mijn stomme verbazing.
Maar: Julian’s blauw fluwelen colbertje herinnerde me opeens aan mezelf. Aan wie ik - eigenlijk - ben. Ten diepste.
Een (...kuch...) paradijsvogel, zoals dat dan heet. Hoewel nu misschien wat gekortwiekt - wat er in zit, krijg je er niet meer uit. Nooit meer.
Een flamboyant type, in de basis. Een uitgesproken figuur. Een hoge boom, die - dus - veel wind vangt. Een (…wéér kuch …) creatief genie dat - derhalve - af en toe tegen gekte schuurt. Een onuitstaanbare, onaangepaste, niet te nassen, afgrijselijke, ongeleide en onhandelbare bolster. Met - gelukkig - een boterblanke pit. Een bijna onzichtbaar klein hartje.
Ik mocht mezelf als vierkantje misschien door een rondje aan het duwen geweest zijn en daardoor bijna wegkwijnen, ik heb hoogstens mijn kaak gebroken. Oké: op 2 plekken, dan.
“Je hebt pas verloren, als je blijft liggen” - ik kwam het waarschijnlijk ook niet toevallig tegen, afgelopen week, in dit stukje. Wat ik alweer bijna 6 jaar geleden schreef. Misschien zelfs wel als boodschap aan mijn toekomstige zelf, die van nu, zodat ik me zou herinneren dat ‘het’ ook weer overgaat. Dat je er ook weer uit kunt komen.
Waaruit? Uit een depressie.
Zo. Het Hoge Woord.
Want ja. Ik heb daar - heel soms - last van. Hoewel ik soms jaren ook weer kan vergeten, kennelijk. Het weg kan drukken dat het soms komt. En gaat. Terwijl ik er toch wel met enige regelmaat - heel open - over geschreven heb. Op die blog van mij waar een kleine 1000 artikelen uit de laatste 20 jaar verzameld zijn. Interessant systeem hoor, dat brein. Het fuckt je, waar je bij staat. Maar ja, ik heb wel betere dingen te doen dan dagelijks te meanderen door het gemijmer op mijn website. Dat doe ik al genoeg in mijn hoofd.
De dominosteentjes van onveilige hechting, CPTSS en de ADHD (geen idee meer waar ik in Godsnaam moest beginnen) tikten achter elkaar om en elkaar aan - de uitputting was niet meer te doen. Zelfs mijn hart begon letterlijk te protesteren en wat minder goed mee te doen. Ik ben weken mijn huis niet uit geweest en ik zette direct na deze presentatie die ik uit de toppen van mijn tenen moest halen, zelfs mijn website op zwart (ik haatte ‘m, en destijds vooral mezelf daarop).
Gelukkig ben ik in goed gezelschap.
Ik schreef al eens over Robbie en het rolmodel dat hij is, door er open over te praten. Maar ook Jim Cary, Johnny Depp en Lady Gaga doen ‘vrolijk’ mee in het circus van stoornissen, handicaps, ontbrekend stofjes of anders bedraad zijn - leerde ik laatst van Perplexity (nog even los van die andere 1,1 miljoen niet-beroemde mensen, alleen al in Nederland).
Het is belangrijk om daar open over te zijn. We hebben er met z’n allen niet zoveel aan als we alleen maar stoer doen en onze successen delen, hier. Je kunt geen succes hebben zonder op de een of andere manier een offer te brengen. Dat is een natuurwet. En dat mijn devote geschenk op die slachtbank dan eens in de 6 a 10 jaar compleet door mijn hoeven gaan is - het zij zo.
Vaak is het aanwijsbaar (“…als dát, dan dát, dan dát, en dan vaak ook nog dát, en dan, als dít ook nog… enfin”), dus moet het ook beheersbaar zijn. Uiteindelijk. En erover delen houdt in ik geval mezelf bij de les. Als anderen er ook iets aan hebben, is dat alleen maar mooi meegenomen.
Nu wil het geval dat ik al jaren van plan was er wat meer over te delen. Via Het Levende Bewijs. Een site die dankzij Daan Blom en Wim de Kruijf al 3 jaar klaar stond, maar waar ik natuurlijk met 300 km/h voor wegrende. Want: wat wilde ik dan zo nodig bewijzen? Wat moet ik dan zo nodig aantonen? En op welke manier?
Inmiddels ben ik - ook dankzij de afgelopen tijd - wel achter. Niks tragisch, niks zeikerig, niks drama, niks somber gedoe of zwartgallig gemier. Dat heb ik wel genoeg gedaan, de afgelopen maanden. Vooral in mijn eigen hoofd.
Dan nog. Ik heb helemaal niks te zeiken.
Ik leef.
Ik lig niet langzaam leeg te bloeden in een loopgraaf aan het Oostfront bij -20, terwijl mijn familie (als ik die nog heb) in Kiev geen gasfornuis aankrijgt omdat er weer een energiecentrale kapot geschoten werd met Kerst.
Ik ben vrij.
Er zijn geen dictators die mij vervolgen om ras, geslacht, seksuele voorkeur, geloof of afkomst en ik word ook niet gemarteld om namen te geven van mensen die ik ken die wel tot die groepen behoren.
Ik loop geen gevaar.
In dit kikkerlandje - dat ik net zo vaak verfoei - geen hongersnood, geen tsunami’s, geen orkanen, geen mislukte oogst.
Ik ken liefde en heb lief.
Er is een vrouw, er zijn vrienden en dierbaren, er zijn prachtige kinderen, er is een netwerk waar ik terecht kan en vanuit de meest onverwachte hoeken is er steun, warmte, hulp.
Ik heb een dak boven mijn hoofd.
En misschien wel mooier: ik kan boodschappen doen. Anders dan mensen die ik ook ken, dicht om me heen, die door de snel veranderende wereld, instortende markten, opvolgende generaties, nieuwe mores, A.I. en een economie die met het uur fluctueert zichzelf opeens bij de Aldi vinden met een niet meer werkende pinpas. Het komt vaker voor dan je denkt. Dichterbij ook dan je denkt. Over taboe’s gesproken, zeker hier op LinkedIn.
Ik ben gezond.
Een kwakkeltje hier, een ongemakje daar, wat kleine dingen die we in de gaten moeten houden - maar niets om je zorgen over te maken. Dit onverwoestbare lijf dat al vele malen uiteen had kunnen vallen, doet het nog steeds. Afgezien van de tand des tijds, mag ik in mijn handen knijpen. En dat doe ik dan ook.
Ik heb talent.
En het vermogen om mee te bewegen met verandering, me aan te passen, linksom of rechtsom toch altijd ergens, aan iemand, aan iets, waarde toe te kunnen voegen. Om nog maar te zwijgen van het opgebouwde netwerk waarvan ik ook gebruik kan en mag maken om die waarde ergens te laten landen. Of andermans/vrouws waarde ergens tot haar recht te laten komen.
Dus: hup, aan de bak. Met een beetje discipline en je wat minder druk maken om wat de rest van de wereld vindt, hopelijk weer elke dag (of minstens om de dag).
Het Levende Bewijs gaat online ondersteunen wat ik schrijf over ondernemen, over reclamemaken, over relaties, over ouder worden, over spiritualiteit, over vriendschappen, over business coaches, over jezelf opnieuw uitvinden, over dreigende faillissementen - kortom: zo’n beetje alle zaken waar ik inmiddels (cum laude!) ervaringsdeskundige in ben. Vanuit het perspectief van een anders bedraadde, van een gifted & haunted mens dat af en toe zoekend is in een wereld waarin het lastig is begrepen te worden. Of je begrijpelijk uit te drukken. Maar: daar zijn er meer van.
En ik mis het, die dagelijkse stukjes maken. Merk ik. Het delen, het vinden, het menen. Dus die site, die gaat er komen. En de bijbehorende boekjes ook. Hoogste tijd. Arnoud is al weer bijna 9 jaar dood, dus genoeg weggedoken en in mijn broek gescheten.
-.-
“Heb je ook een pochetje?” - vroeg ik hem.
- Een wát?
Ha, mooi! Ik kon hem kennelijk nog iets leren.
“Zo’n mooi doekje, dat uit het zakje van je borstzakje steekt, vaak in een detonerende kleur, waardoor je een beetje een dandy lijkt”.
Had-ie niet. Kende-ie (nog) niet. Maar ik liet hem zien dat bij gebrek aan het een handig trucje was om de voering van je zakje een beetje omhoog te trekken, en zo te plooien dat het op een pochetje lijkt. Dat doe je, als vader. Dan doe je tenminste iets.
-.-
Afgelopen week was ik bij een coach (ja, dat doe ik zelf ook, gelukkig). Dat was na het bezoek aan Julian.
Daar zat ik weer. Met de opengeritste bontlaarzen. Een beetje gebogen schouders. Een niet onaardige maar wel erg makkelijke trui en en per ongeluk van de kapstok meegetrokken oud ribfluwelen colbertje dat ook goed als jas kon dienen, op die koude dag.
Ze kent me nog maar net, en weet niet zoveel over me.
Toch zag ze tot mijn verbazing (vraag me niet hoe) een stuk of 20 vintage jasjes, vestjes, tientallen overhemden, manchetknopen en pochetjes in de meest rijkgeschakeerde en kleurrijke combinaties. En verdomd. Die hangen er ook, boven. In de so called (...kuch...) walk-in closet. Sterker nog: het woord wuft sjaaltje was lange tijd een veelgebruikte hashtag door mij op Facebook en Instagram (toen ik daar nog wel eens rondzwierf) - ook dat was ik ‘even’ vergeten.
Tijd om dat ook allemaal maar weer eens uit de mottenballen te halen, net zoals die nu wel genoeg gepijnigde grijze brij. Ook daar mag wel weer wat kleur in.
-.-
Die kaak groeit wel weer aan elkaar. En met dat opstaan komt het ook wel goed. De dagen worden al sinds de 20ste weer wat langer en lichter, dus dat helpt ook mee. En over een jaar wil ik natuurlijk niet weer mijn doelen, dromen, wensen & acties voor 2026 één op één kunnen kopiëren naar die van 2027 omdat ik er weer van alles tussen heb laten komen (mijn genavelstaar, de verwijten aan mezelf en mijn tanende gebrek aan zelfvertrouwen).
Plannen? Naast bovenstaande? Ja hoor. Claude moest er bijna om lachen, en maakte er - met veel tegensputteren van mijn kant - 40 van, in plaats van 99. Doelen, ja. ADHD, hé, ik zei het al?
Maar hoe zit dat dan met de gemoedstoestand? En de zwaarte, die me soms overvalt? Is dat al over? Nee. Nog niet helemaal. Er zijn nog steeds meer dagen dat ik naar een hoodie grijp, dan naar een colbertje.
Maar Robbie schreef ook gewoon hits, meen ik? En Lady Gaga, Johny Depp en Jim Carey zitten ook niet bepaald stil. Bovendien: niets is minder waar dan dat aloude cliché dat bij de loodgieter de kraan ook lekt en dat de kinderen van de tandarts relatief meer gaatjes hebben. Zeker in mijn geval. Op anderen een schop onder hun hol geven heeft mijn eigen gemekker nooit invloed gehad. Wat dat betreft is het een mooi teken aan de wand dat er inmiddels al weer 2 Dagjes Op De Hei aan de einder gloren (die site bleek nog live te staan), daarnaast zijn we met The Beauty & The Beast bezig met een nieuwe versie. Waarvan morgen overigens de light versie in pilot vorm naar een select clubje mensen gaat, waarvan akte (nou ja, de voorkant dan, als teaser):
Het introtekstje is veelzeggend. Bijna alsof het voor mij zelf geschreven is.
“Je staat op een kruispunt. Misschien al wel een half leven lang. Die keuze die je maar blijft uitstellen. Die beslissing waar je omheen blijft draaien. Die knoop die je niet doorhakt — terwijl je ergens, in die stille plek waar je niet zo vaak komt, allang weet hoe het zit. Misschien is het je werk. Je relatie. Je woonplek. Je bedrijf. Je levensstijl. Of iets wat je al jaren met je meedraagt maar waar je niet aan durft te komen. Je praat erover. Je piekert. Je maakt lijstjes. Je vraagt iedereen om advies. Behalve jezelf. Maar kiezen? Nee. Want kiezen betekent verliezen (denk je). En dus blijf je hangen. In dat ongemakkelijke niemandsland waar niks echt pijn doet, maar ook niks beweegt. Waar je langzaam verdooft. Twijfel is voor mensen die in de verkeerde rij voor de kassa staan. Maar dit gaat niet over de boodschappen. Dit gaat over je leven. En ergens diep vanbinnen — voorbij al die stemmen die zeggen dat het nu even niet uitkomt — ligt je antwoord. Heel stil. Te wachten. Op jou. En het wordt niet helderder door nog een jaar te wachten. Nu is het tijd. Niet morgen. Niet na de zomer. Niet als de hypotheek is afbetaald, of de kinderen het huis uit zijn. Nu.”
Ik wens jullie veel oliebollen. En vingers, liefst een beetje compleet.
Wie weet komen we elkaar volgend jaar tegen. Dan is de kans groot dat ik een pochetje draag. Of een wuft sjaaltje. Bedenk je dan die maar van die aap.
En die gouden ring.





Mooi man
Proost op diep en donker duiken en eigen-wijze paadjes schuren. Tot in 2026
Ik hou zó van jouw schrijven! Blij dat je ook hier zit en dat ik niet naar dat stomme LinkedIn hoef om jou te lezen. Dank je wel.